Bevroren porties een etiket geven zodat je ze snel herkent

Landschapsillustratie

Een bevroren gerecht ziet er heel anders uit dan toen je het maakte. Soep, stoofpot en saus krijgen allemaal dezelfde bleke, harde vorm. Zonder etiket weet je na een tijd niet meer wat erin zit. Dan open je bakjes om te kijken en kies je vaak iets anders. Een simpel etiket lost dat op.

Gebruik iets wat aan de bakjes blijft plakken, ook in de kou. Stevig plakband of een etiket dat tegen vocht kan, werkt goed. Schrijf met een stift die niet uitloopt en niet vervaagt. Een gewone pen laat na een tijdje vaak vlekken achter. Probeer het gerust eerst uit op één bakje voor je alles etiketteert.

Wat je erop zet

Op het etiket hoort vooral wat erin zit. Schrijf de naam van het gerecht duidelijk op, en eventueel wat er nog bij hoort, zoals rijst of brood. Vermeld ook de datum waarop je het invroor. Dat helpt je om te bepalen wat je eerst gebruikt. Wie wil, voegt er nog een kort idee bij, bijvoorbeeld met welke groente het lekker smaakt.

Let op de plaats van het etiket. Op de bovenkant van het deksel is het goed leesbaar als de bakjes op elkaar liggen. Bij bakjes die rechtop staan, werkt de zijkant beter. Kies één plek en blijf die gebruiken, zodat je nooit hoeft te zoeken. Een vaste gewoonte zorgt voor rust, en een stift die bij de vriezer blijft liggen helpt daarbij.

Ook een eigen systeem met kleuren kan handig zijn. Gebruik bijvoorbeeld één kleur voor soep en een andere voor stoofpotten. Zo zie je al bij een vluchtige blik wat je vindt. Je hoeft geen woorden te lezen om te weten waar je moet kijken. Een paar afspraken met jezelf volstaan om alles overzichtelijk te houden.

Vooral in een klein huishouden merk je het voordeel. Je vult minder bakjes, dus elke portie telt. Met een goed etiket weet je precies wat je hebt en kun je ook je weekmenu beter plannen. Je voorkomt dat er bakjes vergeten achterblijven. Het is een klein gebaar dat elke keer opnieuw tijd bespaart.